Vers vlees, dat smaakt altijd, maar wil je kwaliteit en smaak behouden dan vraagt het om de juiste behandeling. Met deze tips koop en bewaar je vlees op de beste manier.

1. Hou vlees zo kort mogelijk buiten de koeling

De koudeketen mag niet onderbroken worden. Gebruik bij het vervoeren een koeltas of vrieszak en leg het vlees thuis meteen in de koelkast of vriezer.

2. Hoe lang kun je vlees bewaren?

Op onze verpakkingen vind je altijd een TGT-datum (te gebruiken tot). Dit is de laatste dag waarop het product veilig gegeten kan worden. Twijfel je na die datum? Dan is het toch verstandig om het voor de zekerheid weg te doen. 

3. Bewaartips voor vlees in de koelkast

Leg vlees op de onderste plank, boven de groentelades. Dit is het koudste deel van de koelkast en helpt bacteriegroei te vertragen.

4. Bewaartips voor vlees in de vriezer

  • Plaats vlees achterin de vriezer, waar het het koudst is.
  • Zorg voor een temperatuur van -18 °C of lager.
  • Gebruik luchtdichte verpakkingen om uitdroging te voorkomen en malsheid te behouden.

Hoe lang blijft vlees goed in de vriezer?

De bewaartijd hangt af van verschillende factoren, zoals de kwaliteit van het vlees, de vervoerswijze, hoe vaak de vriezer wordt geopend, en de temperatuurstabiliteit. Over het algemeen geldt: hoe magerder het stuk vlees, hoe langer het goed blijft. 

  • Rund-, lams-, kalfsvlees en kip: tot 6 maanden
  • Varkensvlees: tot 3 maanden
  • Gehakt en bereidingen: tot 2 maanden
  • Vis: 1 tot 5 maanden (afhankelijk van vetgehalte)

 

Tip: label je verpakkingen met datum en soort vlees of vis. Zo weet je altijd wat je nog op voorraad hebt. 

bonap-koelkast-bewaartijden-vlees

Slim je koelkast indelen voor maximale versheid

Naast het correct bewaren van vlees, speelt ook de indeling van je koelkast een grote rol. Elke zone heeft een eigen temperatuur en is geschikt voor specifieke producten.

Zo organiseer je je koelkast:

  • Diepvries (-18 °C): (Vacuüm verpakt) vlees
  • Bovenin (4–7 °C): Gefermenteerde charcuterie (zoals salami), gedroogde specialiteiten (zoals rauwe ham), boter, confituur, kaas
  • Midden (3–4 °C): Bereide maaltijden, slaatjes, soep, gekookte charcuterie
  • Onderste plank (2–3 °C): Rauw vlees zoals hamburgers en gevogelte
  • Groentelades (4–6 °C): Groenten en fruit
  • De deur: Eieren, sauzen, dranken

Tip: Vlees hoort altijd op de onderste plank, het koudste deel van de koelkast. Zo blijft het langer vers en veilig.